Enkele herpetologische waarnemingen nabij de Prospect Creek in de Sydney-regio van AustraliŽ

Jelle Hofstra Foto's van de auteur

Inleiding

 

In 2010 brachten mijn vrouw en ik vanaf oktober drie maanden door in Australië. We logeerden daar bij goede kennissen die in 1965 van Terwispel naar Australië imigreerden en daar dus al 45 jaar verblijven. Deze kennissen wonen ongeveer 35 km ten westen van de stad Sydney. We kozen voor de maanden vanaf oktober omdat dan in Australië het voorjaar begint en dan de natuur op zijn mooist is. Natuurlijk gingen we ook op zoek naar reptielen die ook om deze tijd het meest actief zijn. Er werd alleen overdag gezocht, zodat de nachtaktieve dieren niet in beeld komen. Aangezien er voor de meeste gevonden reptielen geen goede Nederlandse naam bestaat, wordt de Engelse naam gebruikt.
We hebben tijdens ons verblijf in Australië bijna alle weerstypen gehad. Extreme hitte, maar ook kou, harde wind, onweer, hagel en veel, veel regen. In geen 15 jaar is het hier zo nat geweest. Grote delen van NSW en Queensland lagen dan ook onder water.

 

 

 

De Prospect Creek

De Prospect Creek stroomd vanaf het Prospect Reservoir met zijn lengte van 26 km al kronkelend uiteindelijk naar de Georges River, die weer uitmond in zee nabij Sydney. Helaas is deze kreek erg vervuild. Er wordt beweerd dat bij hoog water - dat na een fikse regenbui soms meer dan twee meter kan stijgen zoals we mee maakten - alle troep die men kwijt wil in de kreek wordt gedumpt. Tot aan kadavers toe. Hoog in de bomen hangen dan ook flarden plastic als stille getuigen van hoe hoog het anders rustig kabbelende water kan komen. Tijdens ons verblijf werd een folder huis aan huis bezorgd, waarin de bezorgdheid werd uitgesproken over deze vervuiling en waarop de mensen konden aangeven hoe een en ander te gerealiseerd kan worden om de zaak te schonen en hoeveel uren eventuele vrijwilligers er voor over hadden om hieraan mee te helpen. Ons gastgezin had niet veel hoop. Mensen willen hier wel werken, maar alleen tegen betaling, zo was hun mening. Het bleek ons dat zelf aanwonenden geen flauw benul hadden wat voor een rijkdom aan reptielen deze kreek bezit. Sinds ons vorige bezoek aan Australië in 1995 was in deze omgeving wel het nodige veranderd. Er waren enkele bedrijven verrezen, waaronder een groot recyclingsbedrijf dat de omgeving nogal vervuilde met weggewaaid papier en plastic. Rond de kreek was een breed wandel- en fietspad aangelegd.
Bijna dagelijks deden wij onze ronde langs een stuk van de kreek tussen Fair- en Smithfield en nabije omgeving. Overweldigend tijdens deze tocht is de kakofonie van krekel- en vogelgeluiden, variërend van het melancholieke geluid van de Australische Raaf tot het uitbundig lachen van de Kookaburra. De meest fraaie vogels werden gezien, zoals de Galah, Geelkuifkakatoe, Witte ibis, Rainbowlorikiet en nog tal van andere vogels.
 

 

SKINKEN

 

Familie Scincidae
Skinken – waarvan er meer dan 300 soorten in Australië voorkomen – zijn de best aangepaste reptielen op dit continent. Ze komen dan ook praktisch overal voor. In tuinen, regenwouden en de hoogste bergen kunnen ze zonnend worden aangetroffen.
 

 

Grass Skink

Een van de meest voorkomende hagedissen is de Grass Skink Lampropholis delicate met een totale lengte van 9 cm. Het bruinzwarte diertje - dat in veel tuinen, grasland en open bossen voorkomt - heeft een lichtere zijstreep die loopt van de neus naar de lies. Onder het wandelen langs de kreek schoten de hagedisjes pijlsnel voor onze voeten vandaan. Ze leven van spinnen, mieren, kevers, larven, duizendpoten en allerlei andere kleine diertjes. Ze leggen twee tot vijf eieren, die in februari/maart uitkomen. De kop-romplengte van de jongen bedraagt ongeveer 16 mm. Net als bij de Ringslang Natrix natrix het geval kan zijn, kunnen er meerdere vrouwtjes op een geschikte plek hun eieren afzetten en zijn er wel meer dan 400 eieren op dezelfde plek gevonden.

 

Garden Skink

De Garden Skink Lampropholis guichenoti lijkt op het eerste gezicht enigzins op de Grassskink, ook wat de lengte en kleur betreft. Het diertje is van boven meer koperkleurig en de rug heeft kleine donkere en lichte vlekjes. Op de zijkant loopt een donkere streep van de neus tot de achterpoten en die vaak omzoomd is door een lichtere, smalle band. De buik is grijsachtig. De kop vaak helder koperbruin. Het voedsel dat ze tot zich nemen is min of meer gelijk aan dat van de Grass Skink. Twee tot vier eieren worden soms twee keer in het seizoen afgezet en de kop-romplengte van de jongen bedraagt ongeveer 18 mm. Net als bij de Grass Skink kan er sprake zijn van gezamenlijke eiafzet op een geschikte plek en zijn er meer dan 200 eieren gevonden. Deze hagedisjes werden vooral op muurjes en zerken van een oud kerkhof gevonden.

 

Fence Skink

De Fence Skink Cryptoblepharus virgatus is een 6 tot 7 cm lange hagedis die eveneens veel in de buurt van huizen voorkomt. In 1995 vonden we de diertjes massaal op de houten afscheidingen (fence) rond de huizen. Helaas zijn de meeste houten schuttingen vervangen door metalen damwandplaat en de hagedisjes zijn daardoor grotendeels verdwenen. Het metaal wordt in de zon erg heet en er zijn nauwelijks schuilplaatsen. Na lang zoeken vonden we ze nog op muurtjes en vooral op de grafstenen van een oud kerkhof. De platte grijze rug van dit hagedisje heeft op de zijkanten een lichte lengtestreep. De buik is witachtig. De watervlugge diertjes waren overigens nauwelijks te fotograferen en verdwenen meteen achter en tussen de grafzerken en stenen. Deze hagedisjes leggen twee tot drie eieren per keer. Hun voedsel bestaat uit insecten, spinnen, kakkerlakken, wespen en mieren.

 

Eastern Water Skink

Een hagedis die heel wat groter wordt dan bovengenoemde dieren is de Eastern Water Skink Eulamprus quoyii. De totale lengte bedraagt ongeveer 25 cm. Zoals alle skinken bezit het dier gladde schubben, waardoor het in de zon ligt te glimmen. De dieren zijn goud-olijfbruin van boven met donkere vlekjes. Een smalle witte tot vaalgele streep loopt vanaf het oog naar de staart. Onder deze lichte streep loopt een donkere baan. De buikzijde is crȇmewit. Zoals de naam al aangeeft zijn de dieren vooral te vinden in de buurt van water. Deze massaal voorkomende hagedis is levendbarend en krijgt twee tot negen jongen die worden geboren in december/januari. Naarmate de tijd vorderde zagen we de zwangere vrouwtjes geleidelijk aan dikker worden. Het voedsel bestaat uit tal van ongewervelden, kikkerlarven, maar ook bessen. Sommige dieren waren tot op een meter te benaderen, anderen vluchten op een afstand van ongeveer vijf meter reeds. Langs het fietspad werden enkele doodgereden dieren gevonden en tal van dieren misten gedeelten van de staart.

 

 

Barred-sided Skink

De Barred-sided Skink Eulamprus tenuis lijkt wel wat op de Eastern Water Skink, maar de kleur en levenswijze wijken iets af. Deze hagedis is niet aan water gebonden en leeft verder iets hoger dan de begane grond op boomstronken, omgevallen boomstammen en stukken rots. Vaak zitten ze met het grootste gedeelte van hun lichaam, hangend in een spleet van een omgevallen boom in de schaduw te ’zonnen’. In de vroege morgen en late middag wordt het diertje meestal gevonden. De kleur kan variëren van licht tot donkerbruin met donkere vlekken. Op de zijkant zit een donkere, adderachtige zigzagstreep. De onderkant is crème-achtig. De onderkaak is donkerbruin met overlangse witte vlekken. De kopromp-lengte bedraagt gemiddeld 7 cm. Ook dit dier is levendbarend en de twee tot zes jongen worden laat in januari geboren. De totale lengte is dan 6 cm. Het voedsel bestaat uit ongewervelden.
Hoewel bekend is dat dit reptiel nogal schuw is, ondervonden wij daarvan geen hinder. De hagedissen lieten zich zelfs vrij gemakkelijk en tot op korte afstand fotograferen.
 

 

Eastern Blue-tongued Lizard

De meest en het best onderzochte hagedis is wel de Eastern Blue-tongued Lizard Tiliqua scincoides en vrijwel iedereen kent dit dier. Bijna op elke ronde langs de kreek werden wel een of meerdere exemplaren gezien. De meeste dieren werden gevonden rond 11 uur ’s ochtends bij gesluierd zonlicht. Ze liggen dan te zonnen met gesloten ogen en ongeveer 30 cm vanaf de veilige begroeiïng. De fraaie skinken zijn dan eenvoudig te benaderen en op te pakken. De rugzijde is zilvergrijs tot geelbruin met een serie donkere dwarsbanden tot over de staart. De kop is lichtbruin met een donkere baan achter het oog tot aan de ooropening. De totale lengte is gewoonlijk 40-45 cm. De poten zijn erg kort. Opvallend is de grote en brede kobaltblauwe tong, die sterk afsteekt tegen het rose van de mondholte en die ter afschrikking wordt uitgestoken bij een aanval van een predator. Groot was de verrassing dan ook dat we op het reeds genoemde kerkhof - een plek waar we ze niet verwacht hadden - deze hagedis eveneens vonden. Van januari tot februari baart het dier vijf tot twintig jongen met een lengte van ongeveer 15 cm. Tot het menu behoren zowel huisjes- als naaktslakken, fruit en insecten. Helaas worden deze onschuldige dieren vaak met de erg giftige Death Adder Acanthophis antarcticus verward en gedood, omdat hun kleine poten vaak niet te zien zijn in het gras. Hoewel het rustige dieren zijn, kunnen ze bij onhandig beetpakken - aangezien ze zelfs huisjesslakken kunnen kraken - met hun sterke kaken zeer pijnlijk bijten.

 

DRAGON LIZARDS

Familie Agamidae

Ongeveer 60 soorten Agamen komen in Australië voor. Ze zijn erg variabel wat betreft bouw, kleur en biotoop. Het lichaam is bedekt met een korrelige huid en vele hebben stekelachtige uitstulpels rond de kop en nek.
 

 

Eastern Water Dragoon

Een van de fraaiste en grootste hagedissen die bij de Prospect Creek wordt gevonden is ongetwijfeld de Eastern Water Dragoon Physsignathus lesueurri. Dit dier komt in grote hoeveelheden voor. Ze kunnen maar liefst 90 cm lang worden, maar de gemiddelde lengte bedraagt ongeveer 60 cm. De rug is grijs tot olijfgroen met donkere dwarsstrepen. Een donkere streep loopt vanaf het oog tot over de ooropening. De buikzijde is crȇme-achtig van kleur, maar bij mannetjes vaak helder rood. De kop en nek vertonen een soort kam van stekelige schubben. Het dier bewoont rivieren en kreken en wordt meestal vaker gehoord dan gezien. Bij onraad laten ze zich namelijk met een luide plons van grote hoogte uit een boom in het water vallen en zwemmen op krokodilachtige wijze snel naar de kant. Ze kunnen geruime tijd onder water blijven. Soms zijn de dieren echter tot op anderhalve meter te benaderen. De dieren hebben een territorium en de mannetjes dulden geen ander mannetjes in de buurt. Het menu bestaat uit insekten, fruit, bessen en kikkers. Vrouwtjes leggen acht tot twintig perkamentachtige eieren. De jongen zijn bij de geboorte ongeveer 15 cm lang. We zagen naast volwassen dieren ook erg veel jonge en halfwas dieren. Deze grote hagedis moet voorzichtig behandeld worden, aangezien hij flinke wonden kan veroorzaken.

 

MONITORS/GOANNA'S

Familie Varanadiae

De Monitor, ook wel Goanna genoemd, is een goed aangepaste en ontwikkelde hagedis die in de meeste streken van Australië voorkomt. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun lange nek, goed ontwikkelde poten en ze bezitten - net als slangen – een gevorkte tong. Vele soorten zijn uitstekende klimmers en zwemmers. Er zijn ongeveer 30 soorten in Australië, waarvan er 2 soorten in de Sydney-regio voorkomen.

 

Lace-monitor

Een weekend naar de dochter van ons gastgezin in Glenhaven, een plaats die een kleine 30 km vanaf ons logeeradres ligt, leverde de verrassing van de vakantie op. In het Holland Reserve Park vonden we een Lace-monitor Varanus varius, een hagedis die meer dan twee meter lang kan worden. Net als slangen hebben deze grote en sterke hagedissen een gevorkte tong waarmee ze geurstoffen kunnen opnemen en analiseren in een goed ontwikkeld orgaan van Jacobson. De kleur van de bovenzijde is blauwzwart met geelachtige vlekken. De onderzijde heeft geelachtige dwarsbanden, evenals meestal de voorpoten. Het dier dat zich bij onze komst op de grond bevond, vluchtte met veel lawaai door de op de grond liggende droge bladeren, klom pijlsnel in de dichts bijzijnde Eucalyptusboom en bleef halverwege de dikke stam hangen. Goed waren de forse poten met de zeer krachtige klauwen te bestuderen en de lengte van het dier werd op ongeveer 150 cm geschat. Volwassen dieren kunnen een gewicht van 20 kg bereiken. Alle waranen zijn eierleggend en deze soort legt de zes tot twintig perkamentachtige eieren in een termietenheuvel in december en vroeg in januari. Bij het uitkomen meten de jongen ongeveer 30 cm. Het voedsel van Goanna’s bestaat uit insekten, reptielen, warmbloedige dieren, maar ook vogels en eieren worden in bomen buitgemaakt. Vaak wordt het dier langs de kant van de weg waargenomen, waar het zich te goed doet aan het eten van doodgereden dieren. Ook op picknickplaatsen worden de hagedissen wel waargenomen, waar ze dan het afval eten, wat mensen hebben achtergelaten. Waranen zijn de enige hagedissen die door spreiding van het tongbeenapparaat en het laten zakken van de mondbodem hun keelgat zeer sterk kunnen vergroten en zo in staat zijn onevenredige grote prooien te verslinden. Goanna’s zijn het lievelingsvoedsel van de oorspronkelijke bewoners van Australië, de Arborigines. Van het vet van de dieren - samen met nog andere ingrediënten - wordt een medicijn gemaakt dat werkt tegen reumatische aandoeningen

 

SLANGEN

Familie Elapidae

Van deze familie komen er ongeveer 57 soorten voor in Australië. Alle zijn giftig in verschillende gradaties, maar twee-derde zijn ongevaarlijk voor de mens. Het merkwaardige is dat juist die gevaarlijke soorten het meest worden gezien, waaronder de Easteren Tiger Snake Notechis scutatus en de Easteren Brown Snake Pseudonaja textilis die de gevaarlijkste en meest dodelijke slangen ter wereld zijn. Tal van soorten van deze familie leiden een nachtelijk leven.

 

Red-bellied Black Snake

De Red-bellied Black Snake Pseudechis porphyriacus - één van de meest voorkomende slang in de Sydney-regio - werd op elke ronde wel één of meerdere keren gevonden. Het is een zeer fraaie slang die gitzwart van kleur is en erg glimt. Op een afstand lijkt het net een weggeworpen, zwarte, natte binnenband van een fiets. De buikzijde is dofrood of rose gekleurd. Sommige individuen hebben een lichtbruine tot grijze snuit. De maximum lengte kan 250 cm bedragen, maar gemiddeld zijn ze ongeveer 125 cm. Meestal verdwijnt het dier met grote snelheid, maar als het zich bedreigd voelt wordt de nek verbreed en gaat het dier luid sissen. Net als onze Ringslang kan het een onwelriekende substantie uit de cloaca afscheiden. Maar dat alles is maar bluf. Probeer het dier overigens niet te pakken want bij een beet is absoluut doktershulp nodig. Grote exemplaren kunnen zelfs dodelijk zijn. Deze slang is levendbarend en krijgt vijf tot twintig jongen die tussen februari en april worden geboren en 20 cm lang zijn. Net als onze Adder Vipera berus wordt er tussen de mannetjes een rivaliteitsdans uitgevoerd waarbij ze de nek verbreden en wordt er geprobeerd de tegenstander met het voorste gedeelte van het lichaam neer te drukken. De winnaar mag met het vrouwtje paren. We vonden de slang vaak zonnend bij heet weer en ongeveer een meter uit de veilige begroeiïng. Naarmate de zomer naderde en de temperatuur nog hoger werd, werden ze minder vaak waargenomen. Soms maakten de dieren zich uitermate snel uit de ’voeten’, soms waren de dieren tot op enkele meters te benaderen. Ook werden jonge en halfwas dieren aangetroffen. Hun voedsel bestaat uit kikkers, hagedissen en slangen, inclusief hun eigen soort.
Vooral in de noordelijk gelegen staat Queensland, maar nu ook al in het noorden van New-South-Wales vallen veel slachtoffers onder deze slang door het eten van de erg giftige Suikerrietpad Bufo marinus - een reuzenpad die ooit vanuit Zuid-Amerika is ingevoerd om de rietkever te bestrijden, maar nu een grote plaag is geworden.
 

 

Eastern Brown Snake

De Eastern Brown Snake Pseudonaja textilis werd slechts eenmaal gevonden. Het dier lag te zonnen, half verborgen in de vegetatie. Nog voor ik echt goede foto's kon maken verdween de slang met grote snelheid. Het dier was lichtbruin van kleur, maar deze bruine kleur kan nogal variëren. Jonge dieren zijn levendiger gekleurd en hebben smalle, donkere banden over de rug en de bovenkant van de kop is zwart. Sommige volwassen dieren behouden deze donkere banden, al zullen ze erg vervagen. Deze dodelijke slang kan een lengte van 230 cm krijgen, maar meet gemiddeld 130 cm. Normaliter zal elke slang de mens vermijden. Maar als deze slang verrast wordt is ze erg aggressief en zal zich oprichten om te bijten. Deze slang komt voor in tal van biotopen. Het dier is eierleggend. De 10 tot 30 eieren worden afgezet in december/januari. De jongen zijn 23 tot 30 cm lang. Tot hun voedsel behoren hagedissen, kleine warmbloedige dieren en kikkers. Vaak werd ons tijdens de tochten gevraagd waar wij op naar zoek waren. Als we zeiden naar reptielen te zoeken dan kwam de Red-bellied Black Snake vaak ter sprake. Als we zeiden de Brown Snake ook te hebben gevonden, zagen wij de mensen schrikken. Steeds weer werd gevraagd aan welke kant van de kreek. Natuurlijk stelden wij hen gerust met de woorden: aan de andere kant. Uiteindelijk leidde dit er toch toe dat op het clubgebouw van het naburige sportveld een bordje werd geplaatst met de tekst: ’Warning Snakes!’

 

SCHILDPADDEN

Familie Chelidae
Er komen in Australië 15 soorten waterschildpadden voor: de zgn. Slangenhalsschildpadden. Enkele soorten hebben een extreme lange hals, andere soorten in mindere mate. Slangenhalsschildpadden komen alleen voor op het zuidelijk halfrond. Deze schildpadden trekken hun kop niet in het schild terug zoals normaal gebeurd (cryptodira), maar vouwen de lange nek in een S-vorm zijdelings onder het schild (pleurodira).
 

 

Eastern Snake-necked Tortoise

In de Sydney-regio komt slechts één soort Slangenhalsschildpad voor nml. de Eastern Snake-necked Tortoise Chelodina longicollis. Het is voor deze regio een gewone soort – die een uitzonderlijke lange nek heeft - en die  vooral bij nat weer tijdens het migreren vaak weilanden en straten oversteekt, waarbij in het laatste geval de nodige doden vallen. Tijdens een regenachtig dag vonden wij een dier dat vanuit de kreek op een twee meter hoger gelegen grasveld was gekropen. De dieren kunnen een schildlengte krijgen van 26 cm. Onder de kin draagt de schildpad twee wratachtige uitsteeksels, de zgn. ’barbels’. Het dier houd van stilstaand water, lagoons en moerassen. In deze stilstaande waters is het niet ongebruikelijk meerdere exemplaren bij elkaar te zien liggen om samen van de zon te genieten. Als ze worden opgeraapt scheiden ze een doordringende, muskusachtige stof af uit hun cloaca. Dit om de belager af te schrikken. Op zonloze of regenachtige dagen leggen de schildpadden tussen september en december 8-24 eieren die - afhankelijk van de temperatuur - na ongeveer drie maanden uitkomen. Door de nogal wisselende weersomstandigheden hebben we het genoegen niet gehad jonge diertjes te vinden. Het voedsel van deze schildpadden bestaat uit insecten, wormen, slakken, zoetwaterdiertjes, vissen en plantaardig voedsel. De jonge schildpadjes op hun beurt worden vooral gegeten door vissen en vogels.
De Australische schildpadden in het algemeen worden bedreigd door tal van predatoren waaronder natieve dieren als Dingo Canis lupus dingo, waranen, de White-taled Water Rat Hydromys chrysogaster en de Raaf Corvus coronoides. Maar ook door ingevoerde dieren als verwilderde varkens, de Europese vos Vulpes vulpes, terwijl runderen vaak de nesten vertrappen. Verder sterven er honderden en honderen dieren in de zgn. Yabby Traps. Een Yabby is een kreeftachtig dier dat voor consumptive in een soort van fuik wordt gevangen. Schildpadden die in deze fuik terecht komen verdrinken, omdat ze maar ongeveer twee uren zonder zuurstof kunnen. Een nog groter gevaar dat er voor de schildpadden dreigt is echter het feit dat er de laatste jaren steeds vaker kreken en moerassen droog vallen. Dit omdat het merendeel van het regenwater nu direct wordt afgevoerd via pijpleidingen naar de plaats van bestemming. Om dit te compenseren worden grote hoeveelheden zeewater met het nodige zand de moerassen en kreken ingepompt. Dit leidt tot duizenden slachtoffers onder deze zoetwaterminnende reptielen.
 

 

Cemetery Smithfield

Op weg naar de Prospect Creek passeerden we steeds een oud, min of meer verwaarloosd kerkhof, dat overigens nog wel in gebruik was. Vanaf de weg zagen we dan talloze hagedisjes wegschieten onder en tussen de grafstenen. We besloten dan ook een bezoekje te brengen aan het kerkhof. En daarna hebben we daar nog vele uren doorgebracht. Zelden hebben we zoveel leven op een kerkhof gevonden. Het wemelde er van de Fence Skinken. Bij benadering verdwenen ze vliegensvlug onder en tussen de grafzerken. Ook de Grass Skink werd hier gevonden evenals Garden Skink. De grootste verrassing was echter het vinden van de Eastern Blue-tongued Lizard. De dieren maken daar gebruik van de verzakte zerken om daar hun hol onder te maken. Zo gauw het weer geschikt werd kwamen ze te voorschijn om op de grafstenen te zonnen. In ieder geval werden daar op één ronde maar liefst vijf volwassen exemplaren gevonden.

 

Dankbetuiging

Onze dank gaat uit naar ons Australische gastgezin Jantje en Eric Faber, waar we maar liefst drie maanden verbleven. We willen hen dank zeggen voor de gastvrijheid en de zeer prettige tijd tijdens ons drie maanden durende bezoek . Niets was hen teveel om het ons naar de zin te maken.
Ook zeggen we dank aan onze vriend Sjoerd Faber voor zijn steeds weer blijde onthaal als we na een flinke wandeling bijna uitgeput bij hem langs gingen. Het was dan een genot om onze grote dorst bij hem te mogen lessen door een koele VB te drinken en te mogen luisteren naar zijn mooie verhalen uit onze jeugd.
 

 

Literatuur

Cann, J. (2008). A Wild Australia Guide Freshwater Turtles
Cogger, H. C. (1994). Reptiles & Amphibians of Australia.
Griffiths, K. (1987). Reptiles of the Sydney Region.
Swan, G. (1990). A Field Guide to the Snakes and Lizards of New South Wales

 

 

« terug naar overzicht artikelen WARF-bulletin