Kamsalamander


De Kamsalamander (Triturus cristatus)

Fries: Grutte salamander, Kaamsalamander

 

Het salamandergeslacht Triturus wordt in ons land vertegenwoordigd door slechts één soort namelijk de Kamsalamander. De Kleine watersalamander en de Vinpootsalamander worden sinds kort gerekend tot het geslacht Lissotriton en de Alpenwatersalamander tot het geslacht Mesotriton.


Uiterlijk
De Kamsalamander is de grootste in ons land voorkomende watersalamander. Vrouwtjes worden vaak iets groter dan de mannetjes en kunnen een lengte tot 16 cm bereiken. Volwassen dieren zijn herkenbaar aan hun bruine tot zwarte rug en flanken. De buikkleur varieert van oranjegeel tot oranjerood met donkere, zeer variabele vlekken. De flanken zijn licht gestippeld. In de paartijd ontwikkelt het mannetje een hoge getande rugkam, die na een kleine onderbreking doorloopt tot over de staart. Aan weerszijden van de staart loopt een witte of blauwachtige in een punt eindigende band. De huid is min of meer korrelig.


Leefwijze
Vergeleken met de bovengenoemde soorten bestaat de indruk dat de Kamsalamander een iets latere cyclus heeft. Migratie naar het water, paring en eiafzet beginnen ook later. Ook blijven volwassen dieren langer in het water. In de loop van maart komen eerst de mannetjes naar de paaiplek toe, daarna de vrouwtjes. Vanaf eind maart zijn de eitjes van de Kamsalamander te vinden. De metamorfose vindt plaats in juli, maar ook nog wel in september. Overwinterende larven – zoals dat wel gebeurt bij de overige drie soorten – zijn vrijwel onbekend. Overdag leeft de Kamsalamander verborgen op de bodem van de poel tussen dichte vegetatie. ’s Nachts is het dier actiever en kan dan vaak aangetroffen worden aan de waterkant.


Biotoop
De Kamsalamander komt voor op hoge zandgronden en in de omgeving van kleine rivieren. Ondanks de gebondenheid aan deze rivieren bewoont het dier vrijwel uitsluitend stilstaand water. Aangezien de Kamsalamander een voortplantingsperiode heeft van vier tot zes maanden, moeten voortplantingsplaatsen – meestal poelen – aan uiteenlopende eisen voldoen. Schuilplaatsen moeten aanwezig zijn voor larven, halfwas en volwassen dieren. Dit houdt in dat er al die tijd water in de poel moet staan.

 

De balts
Eenmaal in het water voltrekken zich bij de salamander grote veranderingen. De kleuren worden levendiger, terwijl het mannetje een rug- en staartkam ontwikkeld, het zgn. bruiloftskleed. De huid wordt dunner en beter geschikt voor huidademhaling. Overigens moet het dier zo nu en dan wel naar de oppervlakte komen om lucht te happen. Deze huidademhaling is van groot belang bij het baltsen van de dieren. Vooral van het mannetje vergt de balts nogal wat inspanning en het zou erg storend zijn als het dier deze steeds moest onderbreken om zuurstof te happen. Tijdens de balts, die bestaat uit staartslaan en pronken, waaiert het mannetje met zijn staart geurstoffen in de richting van het vrouwtje. Als het vrouwtje hem ten slotte nadert, loopt hij haar vooruit en zet een zaadpakketje (spermatofoor) af op de bodem. Het vrouwtje loopt zover door tot ze met de cloaca boven het zaadpakketje komt en neemt dit op. De bevruchting is bij salamanders dus inwendig, dit in tegenstelling tot de overige amfibieën, kikkers en padden.


Eiafzet
De vrouwelijke Kamsalamander zet – uitgesmeerd over enkele maanden – ongeveer 200 eitjes af, die één voor één tussen omgevouwen waterplanten worden gekleefd. Een favoriete plant is wel Mannagras, maar ook jonge scheuten van Wilgenroosje, Waterweegbree en Waterzuring doen dienst, evenals Fonteinkruid, Waterranonkel en Watermunt. Zijn de eieren van de overige drie soorten niet van elkaar te onderscheiden, de eieren van de Kamsalamander zijn onmiskenbaar. Niet alleen zijn ze iets groter (plm. 2 mm) maar ook lichter van kleur (wit of geelwit, met soms een zweempje groen). Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes na twee of drie weken uit en na twee of drie maanden metamorfoseren de larven bij een lengte van 6 tot 7 cm. De larven zijn te herkennen aan hun lange en dunne vingers en tenen, terwijl op de staartvin enkele donkere vlekjes aanwezig zijn.


Meldingen uit de Provincie Fryslân
Tot voor kort waren er uit alle provincies meldingen over het voor komen van Kamsalamanders, uitgezonderd de provincie Fryslân. Naarstig zoekwerk door leden van de WARF leverde al die jaren niets op. Tot er in 2006 in het Friese Steggerda, een klein plaatsje in de Gemeente Stellingwerf, op een kilometer afstand liggend van de grens met de provincie Drenthe, 17 overwinterende Kamsalamanders in een kelder werden aangetroffen. In 2009 werden in het voorjaar trekkende Kamsalamanders gesignaleerd in Noordwolde.

 

Ernstig bedreigd
De Kamsalamander gaat in bijna alle landen waar hij voor komt achteruit. Het dier voelt zich bij uitstek thuis in het kleinschalige ouderwetse boerenland met veel schuilplaatsen zoals oude gebouwen, hagen, bosjes en met poelen als paarplaats. De verandering in de landschapstructuur als ruilverkaveling, wegenaanleg, nieuwbouw, het vervuilen en verlanden van poelen e.d. zorgt er voor dat de Kamsalamander ook in ons land ernstig bedreigd is geraakt en op de Rode Lijst is geplaatst.


Toekomst
Voor de Kamsalamander ziet het er in de gemeente Stellingwerf momenteel ietsje rooskleuriger uit. Landschapsbeheer Friesland is met projecten bezig voor biotoopverbetering voor de Kamsalamander. Dit alles met subsidie van de provincie Fryslân. In 2006 zijn de eerste poelen gegraven in de buurt waar de dieren zijn gesignaleerd.
Jelle Hofstra

 

« terug naar overzicht amfibieŽn