Meerkikker


De Meerkikker (Rana ridibunda)

Fries: Frosk, Griene kikkert

Vroeger ging men er vanuit dat er in Europa maar één soort groene kikker bestond, namelijk de Rana esculenta. De soortnaam slaat op zijn - naar het schijnt - voortreffelijk smakende billen. Pas de laatste jaren is duidelijk geworden dat we niet alleen te doen hebben met Rana esculenta maar worden ook de Meerkikker en de Poelkikker Rana lessonae onderscheiden. Zowel de Meerkikker als de Poelkikker zijn echte soorten en zo verwant dat ze onderling kunnen kruisen. De bastaard die daaruit ontstaat noemen we de Bastaardkikker Rana kl. esculenta.
De Meerkikker is de grootste Europese kikker. Het dier kan een kop-romplengte krijgen van meer dan 13 cm en soms zelfs 15 cm. Uit Rusland is een exemplaar bekend van 17 cm. Het merendeel blijft echter heel wat kleiner.


Kenmerken
De rugzijde van de Meerkikker is overwegend olijfgroen tot grijs en bedekt met bruine of groene, onregelmatige vlekken. Vaak loopt over de rug een gelige tot groene lengtestreep. De buikzijde is grijs tot zwart gevlekt op een lichte ondergrond. De achterzijde van de dijen zijn donker gevlekt op een lichte ondergrond. De metatarsusknobbel (middenvoetsbeentje) is klein en afgevlakt en de achterpoten lang. Mannetjes blijven kleiner dan de vrouwtjes. Kenmerkend is de paarroep en die hem onmiddellijk onderscheidt van de overige groene kikkers in ons land. De luide roep klinkt als kè-kè-kè-kè-kèk. De ontdekker van de kikker vergeleek het geluid met het lachen van de mens. Hierop slaat de soortnaam ridibunda wat afkomstig is van het woord ’ridere’, wat lachend betekent. De Meerkikker overwinterd onder water.


Verspreiding
De Meerkikker heeft een groot verspreidingsgebied. Dat strekt zich uit van Nederland, België en Frankrijk in het westen tot ver oostwaarts in het zuidelijke deel van Rusland. Ooit als ridibunda aangeduide kikkers in Zuid-Joegoslavië, Albanië en Griekenland, inclusief de eilanden Kreta en Karpathos, zijn afgesplitst en tot nieuwe soort verheven. Overigens is het oorspronkelijke verspreidingsgebied in Europa, incluis ons land nog verre van duidelijk. Zo zijn in de omgeving van Rotterdam in 1971 in het riviertje de Waal door een goedbedoelend persoon 2.000 Bulgaarse kikkers uitgezet. Ook in andere Europese landen zijn Meerkikkers ingevoerd. Misschien leuk om te weten dat het dier van oorsprong wèl in de provincie Fryslân voorkomt.


Voedsel
Wat voedsel betref kunnen we kort zijn. De Meerkikker is een echte veelvraat en eet allerlei dierlijk voedsel wat beweegt en in zijn bek past. Zo werd in de maag van een Meerkikker ooit een Zandhagedis gevonden; in de maag van een andere kikker werd een soortgenoot met een lengte van acht cm gevonden. Verder staan op het menu insecten,wormen, slakken, vissen, salamanders, jonge ringslangen, muizen en (jonge)vogels.

 

Vijanden
De Meerkikker heeft zelf echter ook veel vijanden. Als kikkervis wordt hij belaagd door vissen, libellen, roofkevers en watertorren en hun larven. Tal van vissen eten kikkers en een zeer groot aantal vogelsoorten worden genoemd. Ook zoogdieren verschalken wel eens een kikker, vooral Vos, Bunzing en Bruine rat. Van de reptielen moet de Ringslang worden genoemd.

 

Status
Na in de jaren zestig van de vorige eeuw een dieptepunt te hebben bereikt door o.a. biotoopvernietiging, landbouwgif, verzuring oppervlakte water, verlaging grondwaterstand, uitzetten van Graskarpers en verstoring, is geleidelijk aan de kikkerstand weer toegenomen. Momenteel wordt de Meerkikker niet bedreigd.

Jelle Hofstra

 

« terug naar overzicht amfibieŽn