10 juli 2008

Gedode ringslangen

Via de heer Johan Naberman van 'It Fryske Gea' kwam de voorzitter van de WARF - de heer Wietze van der Meulen - op 2 juli in telefonisch contact met de heer Wieren Groen uit Beetsterzwaag. Groen woont aan de 'Koufinne' en daar wordt nogal eens een ringslang gesignaleerd. Groen had naar zijn zeggen een broeihoop op zijn erf en een paar ringslangen vond hij niet erg. Nu wemelde het er echter van de dieren. Hij had een tweeling van drie jaar en vond alles teveel van het goede. Hij was al bezig slangen en hun eieren af te voeren. Afgesproken werd dat er contact met hem zou worden gezocht.

Nog voor er opnieuw contact met de heer Groen was geweest kwam er een melding binnen bij Jelle Hofstra te Gorredijk dat er door een fietser uit Drachten in het riviertje 'It Alddjip' (Koningsdiep) - ter hoogte van de 'Koufinne' - een flink aantal dode ringslangen dreven, waarvan sommige dieren waren onthoofd. Onderzoek leverde op dat het om dat moment om maar liefst 18 dode dieren ging.


Bij twee dieren, die door Hofstra naar de kant werden gehaald, bleek de kop bijna van de romp te zijn gescheiden door een scherp voorwerp, zoals een schep of iets dergelijks. Twee weken eerder had Hofstra een melding gekregen dat in een bosje, grenzend aan het erf van de heer Groen, vier dode ringslangen lagen met dezelfde verwondingen. Nog dezelfde middag bracht Hofstra een bezoek aan de heer Groen en trof daar een gft-container aan met maar liefst 35 levende ringslangen en eveneens enkele trosjes eieren. Bij het zoeken in de broeihoop werden nog tal van ringslangeieren gevonden. Hofstra heeft de slangen in het dichtstbijzijnde natuurgebied de Lippenhuisterheide uitgezet. De eieren - plm. 200 stuks - zijn verdeeld onder liefhebbers en er zal worden geprobeerd ze in een broedstoof uit te laten komen.

Het Regionaal Milieuteam dat werd ingeschakeld vonden nog 13 dode ringslangen. In totaal konden 11 dode Ringslangen uit het water worden gevist, hiervan waren drie slangen onthoofd, terwijl de rest duidelijke verwondingen hadden aan kop en lichaam. Bij het bevoelen van de slangen werd duidelijk dat de slangen vol met eieren zaten. Er werd een slang open gesneden en 25 eieren kwamen te voorschijn.

Sinds 1973 zijn een groot aantal planten en dieren krachtens de Natuurbeschermingswet beschermd. Hieronder vallen ook al onze inheemse reptielen en amfibieën. Van de 23 soorten soorten amfibieën en reptielen in ons land (11 soorten kikkers en padden, 5 soorten salamander, 4 soorten hagedissen en 3 soorten slangen) wordt meer dan de helft in zijn voortbestaan bedreigd. Over vrij algemene soorten als de Bruine kikker, Gewone pad, Meerkikker en de Bastaardkikker hoeft men zich niet direct zorgen te maken. De overige dieren worden min of meer ernstig bedreigd.

Deze wet verbiedt beschermde dieren zonder noodzaak te verontrusten, of zijn nest of hol te verstoren, dan wel te beschadigen, vangen of te doden of hiertoe een poging in het werk te stellen. Ook het bezit van dode dieren, behorende tot een beschermde soort, een dood lichaam, ei, foetus, larve daarvan, al of niet geprepareerd, of een deel daarvan onder zich te hebben of te koop aan te bieden.

Door het Regionaal Milieuteam is tegen de verdachte proces-verbaal opgemaakt voor het overtreden van vier artikelen van de Flora- en faunawet, namelijk:
 

  • Artikel 9: het doden van minimaal 15 Ringslangen;
  • Artikel 10: het opzettelijk verontrusten van Ringslangen;
  • Artikel 11: het beschadigen en wegnemen van een voortplantingsplaats van Ringslangen;
  • Artikel 12: het verwijderen van slangeneieren uit de broeihoop.