Vuursalamander


De Vuursalamander


De Vuursalamander is een van de grootste en mooist gekleurde amfibieën in Europa. Op de gladde, gitzwarte ondergrond zitten gele gevlekte of gestreepte patronen. Deze kleuren zijn zgn. schrikkleuren en waarschuwen de aanvaller er voor dat ze giftig zijn of niet lekker smaken. De staart is rolrond en opvallend zijn de vaak geelgekleurde oorklieren. Het dier, dat tot 20 cm lang kan worden, is een landdier dat alleen afhankelijk is van water tijdens de voortplanting. Daar worden de reeds geheel ontwikkelde larven in afgezet. Vooral helder, langzaam stromend en zuurstofrijk water is belangrijk, aI zijn vondsten in enigszins vervuild en stilstaand water geen uitzondering. De larven zijn dan ongeveer 3 cm lang en  hebben reeds geheel ontwikkelde poten. Ze zijn vooral te herkennen aan hun brede kop en de lichte vlek aan de basis van de ledematen. Ze leven en ontwikkelen zich in 2-3 maanden in het water, waarna ze metamorfoseren en het land op gaan. In sommige gevallen overwinteren de larven in het water en vindt de metamorfose pas in de volgende lente plaats. In het vierde jaar zijn de dieren geslachtsrijp. Zin de volwassen dieren door hun gifklieren voldoende beschermd tegen predatoren, de larven worden vaker het slachtoffer. Zo zijn ze prooi van waterroofkevers en hun larven, vissen, vogels en ringslangen. Deze salamander is een nachtdier dat overdag verscholen zit op een ietwat vochtige, donkere plek zoals onder stenen, dood hout, bladhopen en kieren in de grond. Na een fikse regenbui willen ze overdag nog wel eens te voorschijn komen. Het voedsel bestaat uit trage dieren als wormen, slakken, keversoorten, spinnen en duizendpoten. De Vuursalamander komt in het grootste deel van Europa voor. In Nederland wordt hij op lokale plekken in Limburg gevonden in heuvelachtig terrein met beukenbossen met bronnetjes. De salamanders zijn erg honkvast en kunnen bij verplaatsing hun woongebied terug vinden. De paring vindt plaats in het najaar, maar ook gaan er stemmen op dat dit het gehele jaar door zou zijn. De paringen, die plaats vinden op het droge, worden maar zelden waargenomen.

 

« terug naar overzicht amfibieŽn